Dolf Jansen

Columns

Sint

Verschenen in Havana op

Uit de informatie die ik onlangs ontving van de onvolprezen hoofdredacteur van dit onvolprezen periodiek begrijp ik dat de Goedheiligman de Laks bezoekt, gaat bezoeken, heeft bezocht zelfs. Sjeeeezus, die man blijft niksniksniks bespaard. Op een boot vanuit Spanje waar het wel lekker en niet mistig is helemaal over de Golf van Biskaye en hoe heten al die zeeen richting Nederland, terwijl je volgens mij met DiscountAir of Beweegzelfjearmenopenneer dot com voor een paar honder euri van Barcelona naar Rotterdam International Airport (hahaha) vliegt, en dat is inclusief zes Pieten en een hele hele grote zak bagage. Maar nee, die ouwe imam moet varen over de baren, en dan ook nog aankomen in Alkmaar, waar toch altijd de dreiging bestaat dat mama Borsato om haar jurkenshop te pluggen op de kade klaarstaat met een ‘geheel nieuwe outfit, iets met kant (noch wal) en frutsels en toch heel modern maar wel gekleed, plus je kunt er zonder moeite een bisschops-maillot onderdragen, of een hiphoppetje op-, en als het je helemaal niet bevalt of te kleurrijk is trek je er gewoon een buitenmodel burka overheen!’, god, wat een lange goedlopende zin voor een Borsato. En dan natuurlijk de Burgemeester en een roedel kaasboeren en –uitventers en de voorzitter van de plaatselijke Oranjevereniging, die eigenlijk alleen op Koninginnedag inzetbaar hoort te zijn, maar de Majesteit komt maar niet en omdat ze bang zijn dat de voorzitter van de club op enig moment plotseling komt te overlijden zonder ooit echt in functie te zijn geweest hebben ze ‘m als een soort doekje voor het bloeden de Sint maar toebedeeld.

Niet dat de Goedheiligman daar iets over te zeggen heeft, natuurlijk niet, die man die alleen maar goed wil doen en kado-dingetjes wil brengen wordt aan zijn tabberd het hele land doorgesleept (ja, er zijn nog veel ergere plekken dan Alkmaar, zie bijvoorbeeld de speellijsten van lebbisenjansen uit de periode 1989 tot 1997), dorpen en steden, woonerven en winkelcentra, stad-, buurt- en opvanghuizen, trefpunten en culturele centra, en overal moet ie vriendelijk zijn maar toch ook een beetje streng, blijven lachen als een moslimpje van zeven een stukje jihad op zijn baard uitprobeert, weer dat dikke boek, weer die overvolle zak (om over het gebrek aan sexueel contact nog maar te zwijgen), weer die keiharde lange staf, weer zo’n kinderkontje op je strakke...sorry. Ik bedoel alleen: de Sint moet maar door en door en eigenlijk denkt niemand aan de Sint. Als mens.

Behalve ik dan, maar ik ben er nooit in december. Plus ik wil hem graag helpen, maar ik ga echt niet een menselijk schild vormen voor de Laks om hem daarvoor te behoeden. Ik moet het doen, ik wil het doen, maar ik kan het niet doen. Ik gun die kinderen die baard etcetera, zelfs in de L. En een menselijk schild in je eentje is wat loserig. Dus nog een keer met zijn allen: “hoor wie klopt daar kinderen, hoor wie klopt daar...?