Dolf Jansen

Columns

Normen

Verschenen in Havana op

Jarenlang heb ik gedacht dat alles mocht, dat ik alles mocht, zolang ik een ander daar maar geen schade mee deed, zolang een ander daar maar geen last van had. Dat klonk als een aardig levensmotto, als een aardige leidraad. Maar goed, ergens in je relatie merk je dan dat het toch allemaal niet zo simpel is, sterker nog, dat je eigen ‘normen’ niet altijd voldoende zijn. Dat je meer met een ander (die ander) te maken hebt dan je denkt, dat je er meer en ingewikkelder en uitgebreider samen uit moet komen dan je dacht. Dan ik dacht. Al doende leert men.

Iets heel anders is het als anderen (de media, bijvoorbeeld) aan de haal gaan met je prive-leven en daarmee met je leven, als er over je geschreven wordt en daarmee over je gepraat, als anderen een oordeel gaan vellen over wat je doet en laat. Dat is namelijk niet aan ‘anderen’, dat is ook niet aan de media, vind ik. Anders gezegd: ‘sodemieter uit mijn leven, klote-journalist, trut van een columniste, dominee, politicus’. En dat dan met een uitroepteken per beroepsgroep, minimaal.

Ik vind dus dat het prive-leven (mijn prive-leven) een prive-zaak is, daar leg je je eigen gedrag langs je eigen normen. En langs die van de persoon met wie je je leven deelt, ook. Natuurlijk. Vanzelfsprekend.

De taak van de pers is wel om machthebbenden en gezagsdragers en aanverwante in de gaten te houden, maar dan heb ik het over normen (en waarden, van mijn part, en idealen eventueel) die hun werk bepalen, die bepalen wat ze bereiken en wat ze weten te regelen en wat ze stiekem wellicht aan het doen zijn, en waar we ze op mogen afrekenen. Ofwel, ik vind politiek gekonkel en megaprojecten die uiteindelijk alleen maar voltooid moeten worden omdat politici anders gezichtsverlies zouden leiden en schandalige verrijking van topmensen die het verklooien en opportunisme (en etcetera etcetera) veel en veel belangrijker, en van een geheel andere orde, dan prive-gedrag van mensen. Van dat eerste wil ik alles weten, van dat laaste zo min mogelijk. Behalve als het mijn eigen vriendin betreft, en dan nog graag niet via de krant, maar gewoon in een goed gesprek. Of een net briefje. Of dat ze met bloed op mijn witgestucte muren kalkt wat ze echt van me vindt, en hoe lang dat al zo is. En of het ooit nog goedkomt, en hoe ik me moet gaan gedragen om dat rond te krijgen. En hoe ik ooit die muren weer toonbaar krijg.