Dolf Jansen

Columns

Natte rug

Verschenen in Havana op

Jaren geleden, ik spreek weer eens van de jaren tachtig van de vorige eeuw, was ik nog niet beroemd, laat staan twee, drie keer per week op tv, stond ik nooit ergens in, behalve soms een rij, en de regen ook, vaak, kon ik nog niet zoveel en durfde veel minder, kortom, ik was student. In een groot en niet echt mooi gebouw aan de de Boelelaan (zoals mensen zwemmen in het de Mirandabad; ik niet overigens, maar over mijn sterk tekortschietende zwemkwaliteiten een andere keer, graag!), de Vrije Universiteit. Dat is net als de HvA, alleen met wat meer mensen die vast van plan zijn nog voor de Dag de Oordeels hun bul te scoren, zodat ze nog snel even hun werk in dienst van God de Heer kunnen stellen, of doen. En we hadden geen Kinshassa, daar, toen, maar de (het?) Ad Valvas, en dat zou heel goed Latijn(s) kunnen zijn voor zoiets als ‘ligt elke vrijdagmiddag in een bakje bij de uitgang’ of ‘er is hier niet veel te beleven, maar dat staat wel allemaal in dit krantje!’. Maar verder had ik het daar behoorlijk naar mijn zin, studeerde, natuurlijk, haalde tentamens, soms, dronk mijn pauze-thee bij het Koffiepunt, op elke oneven etage te vinden, en raakte zo’n beetje verliefd op een meisje uit ik dacht Noord-Holland (dat zijn de besten, na Friese meisjes...geloof me nou maar!), die trouwens tegenwoordig door een bizar toeval, het lot en nog zowat een van de moeders is waarmee ik het schoolplein deel, om onze kinderen van de dorpsschool te halen. (Als het toen wat geworden was, en gebleven, had een van ons thuis kunnen blijven, terwijl de ander onze kinderen ophaalde, van school). Maar goed, genoeg ‘mooi was die tijd’, al was het maar omdat ik door die zin te schrijven aan Chiel Montagne moet denken, en dat doe ik het liefst zo min mogelijk. Niet.

Ik studeerde, twee richtingen of hoeheetdat, en nog af ook, een richting. Drs. Jansen, jazeker, en toen ik mijn bulletje mocht halen droegen al mijn gasten op mijn verzoek een hoofddeksel. Ik weet ook niet meer waarom. Leuk feestje wel, des avonds, en dat was eigenlijk weer de geboorte van Lebbisenjansen. Maar het gaat over werken, en waarom dan wel niet. Ik wel trouwens, niet direct de volgende dag, maar na twee (zomer)maanden solliciteren vond ik toch dat ik op d’een of d’andere manier de huur enzo moest gaan bekostigen, zonder nou gelijk mijn lichaam ter beschikking te gaan stellen aan getrouwde mannen met vunzige bij-fantasieen. En zo begin mijn carriere bij de GemeenteBelastingen Amsterdam, een carriere die goddank na een maand of 18 oploste in het dampende gat dat cabaret heet. En nooit keek ik meer om, behalve nu dan even. Ik zeg, dus, gaat werken, scoor een natte rug, elke dag, en ga niet achterover je uitkering zitten opsnoepen terwijl je ondertussen solliciteert. Sterker nog, als je een kutbaantje hebt, doe je extra je best om aan de slag te komen op de plek en manier die je echt wilt.

En DisneyWorld heeft nog een vacature in het Pluto-pak!