Dolf Jansen

Columns

Liefde

Verschenen in Havana op

Aaaaaah, de liefde. Vele tientallen vragen dienaangaande trof ik in mijn Kinshassa-inboxje. Over wat het is en hoe vaak en wanneer het echt is en waarom toch altijd sex, en geld en gelukkig en voor eeuwig en altijd samen. Vraagteken. En  antwoorden, die zijn er niet. Of wel, maar dan zijn ze maar voor even, of gelden ze alleen voor mij, of erger nog, niet voor mij maar juist wel weer voor Sebastiaan of Ayten. Gek wor’ je ervan. En dat is ook weer het mooie. Dat er nog iets is dat we niet in de hand hebben, dat ons overkomt, dat ons wordt gegeven of juist keihard wordt afgepakt.

Vandaar ook, denk ik al jaren, dat er poezie is, die aan de vragen raakt, en heel heel soms in de buurt van een antwoord komt.

De Aarde Stil (mijn tekst, een prachtlied van Snow Patrol)

wie we zijn

jij en ik

twee is een

waar we zijn

niemand hier

om ons heen

 

als ik hier lig

als ik blijf liggen

kom je dan naast me

en zet de aarde stil

 

ik weet niet goed

hoe ik zeg

wat ik voel

ik ook van jou

zo vaak gebruikt

is niet genoeg

 

als ik hier lig

als ik blijf liggen

kom je dan naast me

en zet de aarde stil

geen regel of wet

die ons kan stoppen

alles ontploft in groen

zoals de lente wil

 

blaas ze weg

de wolken rook

om ons hoofd

je kijkt naar mij

ziet mijn ja

zonder woord

 

als ik hier lig

...

 

wie ik nu ben

wie ik kan worden

weerspiegelt in jouw blik

je ogen perfect

vraag me niet hoe

vraag me niet waarnaartoe

ik weet alleen zeker

dat dit voor altijd is

 

als ik hier lig

als ik blijf liggen

kom je dan naast me

en zet de aarde stil

 

Oke, ook een simpele , waar alles inzit:

 

Einstein (verliefd)

 

Alles is relatief

behalve jij, mijn lief