Dolf Jansen

Columns

Jaar

Verschenen in Havana op

Vooropgesteld dat we met zijn allen stapelgek worden van het feit dat elke dag wel de dag van iets is (het kind, de mishandelde man, het kleine huisdier), en zo ook de week (het brood, de lingerie, hersenletsels) en de maand (het spannende boek, asperges), wil ik best even nadenken over 2004 en waar dat dan wel of juist niet het jaar van zou moeten zijn.

We verlieten 2003 niet alleen in een wolk van vuurwerkdampen en keihard knallende sjampiekurken, maar ook in de geur van fraude leugens en bedrog. Een van de schandes van het afgelopen jaar, wat mij betreft, was de manier waarop grote bedrijven geleid worden, wat voor bedragen daar omgaan, hoe baantjes en posities worden doorgeschoven volgend het systeem ‘ons kent ons van hole 17’, hoe mensen die op een bepaalde plek de boel behoorlijk naar god helpen vaak binnen een paar maanden op een andere plek voor een vergelijkbaar topsalaris weer verder kunnen, met de grote gouden handdruk van de vorige positie nog nabrandend in de achterzak, of de code-rekening ergens in een belastingparadijs natuurlijk, en vooral hoe dat allemaal een systeem is (of lijkt) waar we zo langzamerhand enig zicht op gekregen hebben, maar waar we fuck all aan kunnen doen. Waarbij fuck all staat voor nada, helemaal niks, zilch. Dus.

Een aardig voorbeeld, van de walm waarin we 2004 betraden, is het bedrijf Parmalat in Italie, het zuivelbedrijf waar iedereen melk  van drinkt, waar de topman vermoedelijk zo’n half miljard euro heeft weten weg te frauderen. Dat, en alle grote en kleine boekhoud- en bonusschandalen zeker ook in ons land, kan alleen gebeuren als het systeem ondoorzichtig en oncontroleerbaar is, iedereen in de betreffende branches elkaar de hand boven het hoofd houdt en de vette bedragen toeschuift (weet je nog: de comissie Tabaksblatt, die topsalarissen zou gaan aanpakken ...daar is veel van over gebleven!), en er dus niks verandert.

Waarmee ik kom op het nieuwe jaar: ik pleit voor een jaar van eerlijkheid en openheid, van rechtvaardige beloning en eerlijke verdeling. Ik pleit, kortom, wat ik pleiten kan, en zie alles wat ik zeg en schrijf en roep alweer in een kansloos zwart gat verdwijnen voordat ik aan het eind van de zin...