Dolf Jansen

Columns

Humeur

Verschenen in Havana op

Ik ben een hele rustige jongen.

Echt.

Een hele hele rustige jongen. Zelfs dusdanig dat mensen die mij voor het eerst ontmoeten, mensen waarmee ik voor het eerst werk of zo, op enig moment vaak opmerken ‘eigenlijk ben jij een hele rustige jongen!’ En dat geef ik dan toe. Grif.

Het kan natuurlijk zo zijn dat ik, soms, zo nu en dan, hier en daar, overkom als speedy. Druk. Hyper. Overdreven aanwezig. Luidruchtig zelfs.

Klopt niks van.

Is niet waar.

Lijkt maar zo.
Natuurlijk, ik praat snel. Soms. Maar dat is geheel en al te wijten aan mijn denktempo. Simpel gezegd: als je veel en snel denkt en geregeld in situaties verkeerd waarin het nuttig, goed, passend en/of grappig kan zijn je gedachtes te delen met anderen, praat je al gauw in hoog tempo. Omdat je anders ernstig achterop raakt bij je eigen gedachtes. En dat is, vaak, zonde.

Tot zover ‘snel’. Hyper.

Dan ‘humeur’: dat lijkt me er eentje voor mijn omgeving. Een moment, vraag ik het even na...

 

Dankje.

Mijn zoon vindt me heel erg lief en wil graag met me voetballen. Humeur kent ie niet, wel humor en dat is papa’s werk en ‘daar eten we lekker van!’

Mijn dochter vindt me (ook) heel erg lief, heeft net een verhaaltje geschreven dat ik nu even moet lezen – ‘het is echt heel grappig, papa!’ – en begrijpt dat ik heel veel moet nadenken over dingen en er dan niet helemaal bij ben. Mensen die denken dat ik een humeur heb vindt ze stom, net als mensen die me op straat aanspreken, met me op de foto willen, vanuit de verte naar me roepen of iets over me beweren in het algemeen.

Mijn vriendin kijkt me aan met een blik waar ik iets in lees als ‘je begrijpt ook echt helemaal niks van jezelf, he’. Ik geef een beamende blik terug. Dat heet echte liefde.

Tot zover ‘humeur’.

Dan ‘ochtend’.

Dan slaap ik.

Tevreden. Met mezelf en de mensen die me wel begrijpen.