Dolf Jansen

Columns

Groen

Verschenen in Havana op

Dus ik kom bij zo’n studentenvereniging binnenlopen, ik spreek nu van de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw, met mijn clubje mede-studenten die allemaal geacht werden die week vier dagen ‘introductie’ te doorstaan, het blijkt een soort cafe-achtige ruimte (plusje van mijn kant), de new wave staat lekker hard (nog een plusje), er lopen binnen een oogopslag zeker tien jonge vrouwen (tweedejaars? personeel? passantes?) rond met het soort uitstraling en het soort haar en het soort borsten (ja, sorry, zo keek ik toen, ik was net 18, ik wist van het bestaan van borsten, maar moest mijn weg in die richting nog helemaal bepalen...) (tegenwoordig kijk ik a. niet meer naar andere vrouwen en b. als ik dat toch doe kijk ik niet specifiek of in eerste instantie naar haar borsten en als dat c. onvermijdelijk is blijft haar persoonlijkheid voor mij op de eerste plaats staan), goed, het soort borsten dus waar ik gek op was (en ben), niet te groot maar groot genoeg om...sorry, straks gaat deze hele column over borsten en mijn vunzige verlangens dienaangaande, terug naar die avond, augustus 1981, nog even snel een derde plusje vanwege die jonge vrouwen etcetera, toen. Drie plusjes, waar vind je dat nog, waar vond je dat ook in die augustusmaand? Bijna nergens, lieve lezer. Maar toen kwamen er twee leden van deze club, twee ‘ouderejaars’, om ons adhoc te verwelkomen, beide hadden twee pilsjes in de hand, en een blazer aan, en een van hen riep keihard  ‘zo, zullen we het hier even gezellig komen maken?’  Tien minuten later liep ik langs een Amsterdamse gracht, met de zekerheid dat ik nooit meer een voet bij die, of enig andere studentenvereniging binnen zou gaan zetten. Geschreeuw, gebral, onnodig bier (ja, dat bestaat!), en toen was ik nog niet eens in de buurt gekomen van enig ontgroening what-so-ever.

Waarmee ik je zeker niet het lidmaatschap van zo’n club wil ontraden (nu mijn adviezen, zoals dat gaat in september, nog enig gewicht hebben), echt niet, als de sfeer je maar aanstaat, en er niemand hard in je gezicht komt boeren over gezellig maken, en er niet ontgroend wordt. Omdat dat, volgens mij, met macht en onmacht te maken heeft (wij zijn de baas, als je mee wilt doen moet je ondergaan wat wij bedacht hebben), en daar is al veel te veel van, in ons leven, in de wereld.

Oke, de ontgroenwet van Jansen: je doet en ondergaat alleen wat alle bazen en baasjes in die club zelf ook, tegelijkertijd, ondergaan. Dan wordt de ontgroening vast iets van biertje drinken en Andre Hazes karaoke-en, en wens ik je heel veel plezier!