Dolf Jansen

Columns

Filmster

Verschenen in Havana op

Als je zo beroemd ben als ik weet je op een bepaald moment eigenlijk niet meer wie je echt ben. Of bent, want spellen kun ik ook niet. Eg’ nie!

Iedereen wil iets van je, iedereen kent je, iedereen heeft een beeld van je, maar zelf ben je jezelf geregeld helemaal kwijt. Dat nu, lieve lezers, is het ideale moment om te gaan acteren. Te gaan doen alsof. In een film, het allerliefst, omdat dan de kans bestaat dat nog een behoorlijk aantal mensen je prestaties dienaangaande kan aanschouwen (in de bioscoop, op dvd, op tv wellicht ook nog). Ik hoorde laatst van een actrice in het cafe dat ze al maanden speelt in een toneelstuk waar zo’n beetje elke avond na de pauze de helft van het origineel aanwezige publiek is vertrokken omdat het stuk te langzaam, te saai en te droog is. De regisseur is ‘op zoek naar de stiltes in Tsjechov...’. He, leuk voor je, maar er zitten ook mensen te kijken en die willen gewoon een goed verhaal en een spannend stuk en dat er echt wat gebeurt of te lachen valt of weetikveel!

Kijk, dat werkt natuurlijk niet, voor halve zalen spelen, of erger nog, als de zaal al niet zo dik bezet was in de first place. Dus kies je de film. Doen alsof je iets of iemand anders ben(t) voor een camera, met catering tussendoor.

Ideaal.

En ik weet waar ik over praat. Als ik zo terug kijk op mijn filmcarriere tot nu toe praat je toch over een periode van ruim 15 jaar, met daarin twee rollen die voor iedereen...twee rollen die in de filmgeschiedenis...twee rollen die nog steeds...met daarin twee rollen.

Vijftien jaar geleden, ongeveer, speelde ik een zogenaamde dragende bijrol in ‘Lang leve de Koningin!’: een meisje, een verdwenen vader, schaakstukken, een tweekamp en een tegenstander, in die tweekamp, voor die vader (beroemd schaker). Drie scenes, twee regels tekst, ringbaardje...wie herinnert zich mij niet?

En dit jaar dan, de pre-kersthit van het moment: ‘Pluk van de Petteflat’, met daarin dat fantastische ‘nerveuze konijntje’. Die stem, die emotie, dat vertederende gestotter, die tweede en derde laag, wat een inleving! Wat een rol!

Ik kijk er dan ook niet van op dat veel collega-beroemdheden mijn voorbeeld hebben gevolgd, de afgelopen jaren. Iedereen wil in de film. Althans, iedereen die denkt dat hij (zij!) beroemd is, vindt het ‘wel een uitdaging’ om ook op het grote witte doek te laten zien dat voor die hele beroemdheid wellicht niet zo heel veel aanleiding was. Of is.

Nou, ze doen maar... Ik heb onlangs, een minuut of tien geleden om precies te zijn, besloten om me helemaal terug te trekken uit de glitter en glamour van de Nederlandse film, ik moet er niet aan denken met Winston Gerstanowitschzschz en de presentatrice van dat leuke belspelletje voor mensen met lichte hersenbeschadiging in een menage a trois terecht te komen, zoals in het script staat dat ik net vanochtend weer gelezen en afgewezen heb.

Ik ga me volledig concentreren op waar ik het best in ben, en als iemand me kan vertellen wat dat ook alweer is zou me dat zeer verheugen. Weet ik gelijk weer zo’n beetje wie ik nou eigenlijk ben.