Dolf Jansen

Columns

74

Verschenen in Havana op

Als kind vind je iedereen oud. Want iedereen is ook oud.

Als je rond de twintig bent - studeert, met de wereld voor je open - heb je het idee dat het met je dertigste echt goed voorbij is. Afgelopen, oud. Dertig....oh my god. Tegen de tijd dat je de big three-oh voorbij bent begin je langzaam in te zien dat oud en jong meer met jezelf te maken hebben dan met het aantal jaren dat sinds je geboorte is verstreken. Age ain’t nothing but a number, toch, als ik ook een keer een soulfilosofe mag citeren. Of was het een arrenbie-liedje en vind ik het dus helemaal kut...?

Zelf ben ik de dertig nu zo’n veertien jaar voorbij, maar waren dat ook de beste (spannendste, opwindenste, noemmaarop-ste) jaren van mijn leven. Het grote voordeel van een slow start, het grote voordeel van dieselen, stayeren, uithoudingsvermogen op alle fronten.

Maar dan de vraag van Layla. Wat ben ik, wie ben ik, hoe ben ik over dertig jaar? Een vraag die ik me, deze zondagavond, goed kan stellen omdat ik eerder vandaag weer eens de atleet moest uithangen. Dam tot Dam, wellicht is het je opgevallen. Kilometer of 16, Prins Hendrikkkade, tunneltje, bouwputje, volksbuurtje, parkje, dijkje, afaltweg, stukkie Zaandam, leuk hoor. Zeker als je het lekker vindt tussen  de koffie- of bierdrinkende supporters door te hollen, met muzikale keuze tussen Hazes, tinnefharde dance en die goser van bloed sweet en tranuh. Of eigenlijk geen keuze, je moet er gewoon doorheen.

Maar goed, als ik loop, nee, als ik gelopen heb, als ik het lichaam voel, de pijn eerst en dan het herstel, dat is natuurlijk het moment eens rustig na te denken over de voortschrijdende jaren. Wat kan ik nog, wat kan ik nog over een paar jaar, wat kan ik over dertig...aaaaah! Het is te veel, lieve Layla. Het is nog zo lang. Ik wil nog zo veel – kijk, dat weet ik dan wel – doen en maken en genieten. Ik hoop zo dat het lichaam het volhoudt en me niet gaat overvallen met een ziekte of kwaal. En ik weet zo zeker, al was het maar omdat de titel van mijn nieuwe boek dat beloofd en verzekert, dat ik altijd verder zal lopen. Zo hard mogelijk, binnen de grenzen van wat het lichaam toestaat. Ik zal 74 zijn, met een kale kop, een mager lijf en een grote glimlach in mijn hart.