Dolf Jansen

Columns

Wel of nie...?

Verschenen in Fondsen.org op

Ruim een week geleden stond ik in een studioruimte annex Baarnse woning tegen een microfoon aan te zingen. Met een tiental andere cabaretbedrijvers en muzikanten zong ik een tekst van Jeroen van Merwijk de eeuwigheid in.

We gaan niena niena China / ook niet voor de sport/ we gaan niena niena niena niena China / geen Hollander komt op het scorebord!

Ik zong met alles wat ik ergens in me had – u kent me – en realiseer me heel goed dat niena niet echt een Nederlands woord is, maar het moest wel even gebeuren. Vonden we toen al, die zondagmiddag in het Gooi, en vind ik zo langzamerhand alleen maar meer.

En om het nog wat ingewikkelder te maken, zeker ook in mijn hoofd: ik ben niet voor een boycot van de Olympische Spelen. Omdat ik de Olympische Spelen echt het mooiste sportevenement ter wereld vind, omdat ik vind dat je atleten niet van zo’n evenement mag weghouden, en omdat ik denk dat alle boycots die ik me herinner – Montreal, Moskou, LA – niks meer opleverden dan diepteleurgestelde atleten en ietwat gedevalueerde wedstrijden. Volgens mijn vader deden er in Moskou zo weinig goede paarden en bijpassende ruiters mee aan zo’n springwedstrijd met hekjes dat een Bulgaars paard van de schillenboer een aardige kans maakte op eremetaal; het was net na de koude oorlog, en mijn vader vertrouwde ‘ de Russen’ niet. En nooit.

Afijn, tegen een boycot dus en toch meezingen...waarom dan, Dolf? Omdat het volgens mij gaat om het volgende: je kunt niet doen alsof er niks aan de hand is. Je kunt niet beweren dat die Olympische Spelen alleen maar met sport, en daarmee niks met politiek van doen hebben. Je kunt geen feestje vieren op een plek waar mensen uit hun huizen zijn verjaagd, waar per jaar meer mensen worden geexecuteerd dan er in het hele Oranje-team zitten. Je kunt, cru gezegd, je fukkin Heineken Holland House niet bouwen op martelkelders. Lijkt mij.

En over al die dingen kun je in discussie, moet je zelfs in discussie, maar de internationale Olympische beweging, en IOC/NSF voorlopig ook, wil er eigenlijk niet over praten. Wil het liefst doen alsof er niks aan de hand is. Reageert voorlopig niet op goede ideeen en mogelijke actie die ondernomen zou kunnen worden. Kamiel Maase, de marathonloper, die maanden geleden in eigen woorden zei wat ik hierboven ietwat chargeer. Een journalist in het Parool die voorstelde dat een Nederlandse medaillewinnaar heel goed zijn (haar) medaille zou kunnen opdragen aan een van die vele dissidenten die in China vastzitten, vastzitten bijvoorbeeld omdat ze zaken als onrecht en machtsmisbruik van het bewind in Peking aan de kaak stellen. Of Jacco Verhaeren, die vragen stelt, goede geldige echte vragen, en als reactie van Hein Verbruggen te horen krijgt – niet direct, vanzelfsprekend – ‘wat een popi-gedrag van zomaar een zwemtrainer’. Ik word niet vaak echt kwaad als ik iets in de krant lees, maar dit gaat echt al mijn perken te buiten. Het is dom, kortzichtig, beledigend, slap en laf, van de heer Verbruggen. Het is, kortom, de typische reactie van een grote sportorganisatie. En die reactie lijkt weer heel erg op het soort reactie dat dictaturen geeft als er vragen of kritiek loskomen.

He, NOC/NSF, he IOC, waar blijven de antwoorden, waar blijft de visie, waar blijft de durf de Chinezen echt aan te spreken op mensenrechten en Darfur en Tibet en executies, waar blijft de ultieme poging jullie prachtige sportfeest te redden? Echt te redden.

Het Olympisch dorp is uiteraard een prachtig oord
Ze hebben echt de beste architecten opgespoord
E zijn yacuzzis, saunas, douches, waterbedden enzovoort
En er zijn stille, lommerrijke plekjes waar geen mens je stoort
'T ontbreekt de sportertjes aan niks, 't is LUXE in één woord 
Jammer dat je in de verte steeds die martelkreten hoort

Oh ja, een ding nog. Er zijn nogal wat mensen die denken dat het echt een topargument is om te zeggen: jij hebt toch ook allemaal made in China kleding en –spulletjes in de kast liggen? Waarna je dan (dus) je mond zou moeten houden. Ik noem een Jack van Gelder bij Studio Voetbal, ik noem een Erica Terpstra, ik noem een Youp van ’t Hek in NRC. Volgens mij is dat een kulargument. Ja, de wereld is nog niet rechtvaardig, ja de internationale handel en economische afspraken houden die ongelijheid in stand, ja we hebben als consument in het rijke deel van de wereld allemaal pakken boter op het hoofd, maar dat ontslaat je volgens mij niet van de plicht om je druk te maken over wat er zoal allemaal niet in orde is. Je daarover uit te spreken, je waar mogelijk in te zetten voor iets dat enige rechtvaardigheid zou kunnen opleveren. Zelfs als dat zingend is.